Return to site

Ik en de grote blauwe massa

Overtocht van Rabat naar Lanzarote

Ik lig languit op ons dek. Een flesje water naast me, hoed op, korte broek en topje aan. Het is warm en een zacht windje zorgt voor een aangename verkoeling. We glijden door een prachtig blauwe massa, genaamd de oceaan. De oceaan is mooi vandaag, de oceaan is rustig vandaag, we worden een paar meter op- en dan weer naar beneden getild. We glijden door de massa. Ik staar voor me uit en zie een verdwaalde vogel vliegen, of zijn wij verdwaald? Zijn we verdwaald in de blauwe massa of gaan we ergens naar toe? Over meer dan dit soort dingen denk ik niet na. Ik ben precies 72 uur op zee en voel me thuis. Ik hoef nog niet op mijn bestemming te zijn, terwijl dat altijd mijn doel was van het zeilen. Ik ben aan het chillen op een gigantische blauwe massa. Ik heb een haai gezien. Ik heb een hele familie dolfijnen gezien. Er kwamen een paar kleine zwermen Jan Genten voorbij. Ik ben even 1 met de blauwe massa.

De eerste dagen waren relatief zwaar. Dat zijn de eerste dagen op zee eigenlijk altijd en normaal ben ik er dan al, dus dat is mijn associatie met tochten op zee. Ze zijn zwaar en ik ben constant ziek. De chillheid van het op zee zijn heb ik daardoor nog niet zo ervaren als nu, het is dag 4 en het bevalt me prima.

De (maan)dag van vertrek

Het is 15:00 en we willen samen met ongeveer 10 andere zeilboten uit Rabat vertrekken. De douane laat ons echter erg lang wachten op onze paspoorten en daardoor vertrekken we pas om 17:00. Er vaart een pilotboot voor ons uit, die zorgt dat we veilig de haven uit komen. De afgelopen dagen was de haven van Rabat gesloten doordat de swell(deining) te hoog was. Het is spannend of we vandaag kunnen gaan, maar gelukkig, het kan! We komen dichter bij de uitgang en ik vind het er niet echt relaxed uitzien. Links en rechts van de haveningang zie ik golven over de rotsen slaan, de branding rolt aan beide zijkanten naar binnen en ik zie de stroming verschillende kanten op gaan. De boten voor verdwijnen achter een grote golf en worden weer omhoog opgetild. Ik roep de jongens van de Jan Water, die iets voor ons varen, op en vraag hun ervaringen. Ze stellen me gerust en vertellen dat het even wat hoge golven zijn maar dat je dan op de zee bent. Ik sluit m’n ogen en wacht het af. Het klopt, een paar hoge golven en we zijn op zee. Er is een redelijke deining en te weinig wind om goed te kunnen zeilen. We hijsen ons grootzeil voor wat stabiliteit en hopelijk toch wat extra snelheid. Daniël verdwijnt misselijk onderdeks en hij komt de volgende dag pas weer boven.

Op de tweede dag maken we een berekening van onze diesel, we hebben niet genoeg om Lanzarote te bereiken als de wind uitblijft. Normaal gesproken zouden we best kunnen gaan dobberen en wachten op wat wind, maar Daniël vliegt zaterdag naar huis, dus we moeten door. We overleggen met de bemanning van de Alliante, Incentive en Jan Water. Jan Water kiest er voor alles lekker te gaan zeilen en te wachten op wat meer wind, soms een beetje motor maar niet teveel. Samen met de Alliante en Incentive besluiten we wel de motor aan te laten en we mogen van beide 1 jerrycan diesel overnemen. Op de derde dag is het zover, de jerrycans moeten van hun boten naar de onze. Er is wel wat deining dus het moet voorzichtig. Eerst varen we achter de Alliante langs, Francis gooit de jerrycan met een stootwil en lijn in het water, wij varen er langs en Daniel haalt de jerrycan met een pikhaak aan dek. Daarna varen we door naar de Incentive die de jerrycan ook in het water gooit, deze drijft mooi onze kant op en ook die pakt Daniel uit het water. We vullen onze tank bij en na een goede berekening denken we het precies tot Lanzarote te kunnen redden, áls we alles op de motor moeten doen. Dit hopen we niet maar het is wat het is.

We maken een wachtschema en houden dit elke dag aan. Om 17:00 begint Tom met een wacht tot 20:00, we eten rond 18:00 waarna ik naar bed ga. Tom gaat om 20:00 ook naar bed en dan begint Daniel zijn wacht van 20:00 tot 23:00. Ik kom om 23:00 uit bed en loop wacht tot 02:00. En zo volgen we elkaar op. De eerste nacht is het verschrikkelijk, koud, geen zin in, moe. De 2e nacht is het redelijk, ik moet mezelf bij elkaar rapen maar het gaat oké. De 3e nacht sta ik voor ik wakker gemaakt wordt al naast m’n slingerkooi. Het is buiten warmer dan de vorige nachten en helder. De lucht is prachtig, ik heb nog nooit zoveel sterren gezien. Ik houd me bezig met een vrachtschip wat iets teveel op ons afkoerst, maar uiteindelijk toch op een paar honderd meter langs ons vaart. Ik klets met Sanne van de Incentive die ook wacht loopt en stuur berichtjes via onze satelliettelefoon naar zuslief.

We douchen ons in de kuip met koud water, we gillen en lachen en wikkelen ons in handdoeken. We voelen ons weer schoon, een half uur later zijn we weer klam van het zout en wil ik weer douchen. Helaas, we moeten zuinig met zoet water doen. Ik doe de afwas daarom ook met zout water, er begint van alles te verroesten. Het maakt niet uit. Ik moet plassen, ik moet door de boot lopen, ons schip beweegt van links naar rechts, ik houd me vast aan alles wat ik tegen kom. Op de wc moet ik me aan alle kanten vasthouden om niet om te vallen. Dit is het leven aan boord.

Ik zie op onze navigatie dat we nog 120 mijl te gaan hebben. Dit betekend dat we 320 hebben afgelegd en het einde van deze tocht in zicht is. Ik vind het jammer. Echt. Ik vind het jammer. Het was tot nu toe een geweldige tocht, ook al hebben we de motor bijna alleen maar aan gehad. Het was een mooie en goede ervaring.

Tijdens de laatste nacht begin ik het geluid van de motor zat te worden. Ik slaap met oordoppen in maar nog steeds is het een verschrikkelijk lawaai. De geur van diesel komt me mijn neus uit en het geklapper van de zeilen begint irritant pijn te doen. We rollen van links naar rechts en ik moet weer een zeeziektepilletje nemen. Alles aan boord is zout en daardoor ook niet meer goed droog. We ontdekken dat de diesel toch bijna op is en dus moet de motor uit. Heel langzaam dobberen we richting Lanzarote, ik tel de uren en daarna de minuten af. Ik zie het land, maar ik weet dat het dan nog wel een paar uur duurt. Een paar uur later worden de huisjes steeds duidelijker, het landschap laat zich beter zien. Een gevoel van euforie en trots ontstaat: we zijn er bijna. We varen de haven in en leggen aan, we zijn er. We omhelsen de bemanning van de de andere schepen en gaan 's avonds heerlijk uit eten om te vieren dat we weer een stap verder zijn: de Canarische eilanden.

En nu? We gaan eerst een lekker chillen op Lanzarote en zeilen daarna via Fuerteventura naar Gran Canaria. Daar komen mijn ouders vanaf 15 november een paar dagen langs. En dan is het moment aangebroken… gaan we door naar de Kaapverden? Wil ik door? Durf ik door? Vertrouw ik de boot voldoende? Who knows... Eerst maar weer eens vakantie vieren.

Liefs H.

PS: ons zeil is wéér gescheurd, maar dat is ondertussen zo standaard dat ik het verder niet heb benoemd;)

All Posts
×

Almost done…

We just sent you an email. Please click the link in the email to confirm your subscription!

OKSubscriptions powered by Strikingly